FAQ

Waarom is plaatsing van deze traditie op de Nationale Inventaris zo belangrijk?

De werkgroep is dit initiatief gestart, omdat de traditie ten onder dreigde te gaan aan een negatief imago. Een imago dat werd beschadigd door individuen die willens en wetens de wet overtreden. Met de plaatsing op de nationale inventaris is dit probleem niet direct opgelost, maar het is een mooi uitgangspunt, om de traditie weer de glans terug te geven die het verdient. Het geeft een vorm van erkenning, dat het een traditie is, die het waard is om te behouden.
Wij zetten ons er voor in, om het goede van de traditie te behouden en de slechte invloeden, zoals wangedrag en vandalisme met illegaal knalvuurwerk uit te bannen. Dat kunnen wij natuurlijk niet alleen, dus wij zijn blij met èlk initiatief dat daar aan bijdraagt. Van importeur, verkoper, koper tot aan beleidsmakers en handhavers en de gewone burger aan toe, alle neuzen moeten dezelfde kant op en de schouders eronder.

Hoe lang is het afsteken van vuurwerk met oud en nieuw al een traditie?

Op 1 december 2105 is “consumentenvuurwerk afsteken met oud en nieuw” opgenomen in de nationale inventaris van volkscultuur en immaterieel erfgoed (www.volkscultuur.nl).

Echter was het al veel langer een (ongeschreven) traditie. Vele generaties voor ons hebben het gedaan, of hebben het om zich heen zien gebeuren. Er zijn aanwijzingen dat in de 17e eeuw al vuurwerk aan particuliere consumenten verkocht werd. In de 18e eeuw adverteerden winkeliers in kranten om hun vuurwerkproducten aan consumenten te verkopen. In de jaren 70 heeft de vuurwerkverkoop pas echt een vlucht genomen. Met de toenemende globalisering (import!), – welvaart, – massaproductie en – consumptiemaatschappij, werd vuurwerk toegankelijk voor een veel groter publiek.

Zie ook: Geschiedenis en Website Jef de Jager

Waarom is het belangrijk om deze traditie te behouden?

Het is een traditie waar het overgrote deel van de bevolking plezier aan beleeft, getuige ook de 65-70 miljoen euro die jaarlijks aan consumentenvuurwerk wordt uitgegeven.  Daarbij komt nog een grote groep die maar wat graag gratis kijkt naar het mooie siervuurwerk van de buurman.

De traditie dat burgers vuurwerk afsteken rondom de jaarwisseling is al meerdere generaties oud. Dat alleen geeft al aan, dat men er waarde aan hecht om het voort te zetten. Een traditie die zo oud is, verdient het dan ook om beschermd en behouden te worden. Helaas heeft het die bescherming ook nodig, omdat een kleine groep mensen er een gewoonte van maakt zich te misdragen. De traditie is om in een gezellige en feestelijke sfeer de straat op te gaan om samen consumentenvuurwerk af te steken en te bewonderen, terwijl men elkaar een goed jaar toewenst. Wangedrag zoals het veroorzaken van overlast en vandalisme horen daar natuurlijk niet bij. Wij zetten ons daarom in, om zoveel mogelijk van deze negatieve invloeden uit te bannen, zodat alleen het mooie van de traditie overblijft en verantwoord voortgezet kan worden.

Geeft de traditie niet onnodig veel overlast?

De traditie zelf geeft relatief weinig overlast. Consumentenvuurwerk is gereguleerd in luidheid, samenstelling (en daarmee in explosieve kracht) en de tijd waarin het afgestoken mag worden is ook beperkt. In 2014 is de toegestane tijdsduur teruggebracht tot 8 uurtjes, op een totaal van 8760 uren in een jaar. Siervuurwerk wordt het meest verkocht en over het algemeen wordt dit vuurwerk ook gewaardeerd door mensen die dit niet zelf aanschaffen.
De overlast wordt vooral veroorzaakt door onkunde, misdragingen, kwajongensstreken en/of wetsovertredingen. De impact hiervan neemt sterk toe, als het gaat om illegaal vuurwerk, wat vaak harder knalt en een grotere explosieve kracht heeft. Veel gehoorde klachten zijn; te vroeg afsteken, te harde knallen en vandalisme. In alle gevallen gaat het om verboden artikelen of – handelingen, die vanzelfsprekend géén onderdeel uitmaken van de oorspronkelijke traditie.

Nu de vuurwerktraditie officieel is vastgelegd, kan vuurwerk dan niet meer verboden worden?

Vuurwerk kan nog steeds verboden worden. Echter het verkrijgen van de “traditiestatus” werpt wel een extra ‘drempel’ op. Het geeft een vorm van erkenning, dat een groot deel van de bevolking het een belangrijk onderdeel van de Nederlandse cultuur vindt, waar niet zomaar aan getornd mag worden. Hopelijk helpt de plaatsing op de Nationale Inventaris van Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed om bij te dragen aan bewustwording, inzicht in de materie, imagoverbetering en zet het deuren open voor constructief overleg met het woord “behoud” op de agenda in plaats van het woord “verbod”.

Mocht men onverhoopt in de toekomst alsnog overgaan tot een totaalverbod, dan wordt de traditie van de Nationale Inventaris verwijderd.